Betekenissen van veel gebruikte begrippen bij de brandweer:
*Automatische Externe Defibrillatorl (AED-Inzet):
De meeste brandweerkorpsen binnen de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond beschikken over een Automatische Externe Defibrillator (AED) als aanvulling op het Basic Life Support. Bij een melding van een plotselinge hartstilstand, of circulatiestilstand, zullen deze korpsen als “AED-responder” worden gealarmeerd, omdat zij veelal sneller ter plaatse kunnen zijn dan de ambulance. In afwachting van de komst van de ambulance kan de brandweer een belangrijke bijdrage leveren aan het herstel van lichaamsfuncties, een daling van sterfgevallen en een verkorting van de revalidatiefase.
Een AED is een apparaat waarmee in bepaalde gevallen een hart weer snel en efficiënt op gang kan worden gebracht. Deze apparaten zijn dusdanig gebruikersvriendelijk dat iedereen er na een korte opleiding mee uit de voeten kan. De AED wordt toegepast ter ondersteuning van een reanimatie, de zogenoemde Basic Life Support.
*Automatische brandmelding via openbaarbrandmeldsysteem (OMS-melding):
Het openbaarbrandmeldsysteem (OMS) is het systeem dat de brandmeldcentrales van bijzondere objecten in de regio bewaakt. Sommige objecten (zoals bejaardentehuizen) zijn verplicht, vanuit preventie, om een brandmeldinstallatie te installeren met een directe doormelding naar de alarmcentrale van de brandweer. Het gaat om objecten waarbij het van belang is dat een brand in een zo vroeg mogelijk stadium wordt gesignaleerd.
Aan een brandmeldcentrale worden melders gekoppeld en een interne alarmsignaalgever. Deze melders werken automatisch (ze reageren bijvoorbeeld op rook of gassen) of ze moeten handmatig geactiveerd worden.
*Automatische brandmelding via Particuliere Alarmcentrale(PAC-melding):
Bij deze melding geldt hetzelfde als bij de automatische brandmelding via openbaarbrandmeldsysteem, alleen dan via een particuliere meldkamer. De centrale meldplaats is ingericht voor de ontvangst en verwerking van alle alarmsignalen (voor brand, inbraak enzovoort) van bedrijven en instellingen toegelaten volgens de Wet op de weerkorpsen.
*Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdings
Procedure:
De Gecoördineerde Regionale IncidentenbestrijdingsProcedure (GRIP) vormt de basis voor de operationele en bestuurlijke opschaling tijdens incidenten. De regeling is bindend voor zowel de operationele partners als alle gemeenten binnen de regio Rotterdam-Rijnmond en is afgestemd op het Landelijk Referentiekader GRIP In de GRIP-regeling worden vier coördinatiealarmen beschreven. Per alarmfase zijn vervolgens de taken en verschillende crisisstaven nader omschreven. Tevens is in deze GRIP-regeling per fase aangegeven wie welke bevoegdheden op welk niveau heeft en hoe de communicatie richting de burger is geregeld. De GRIP-regeling kan verschillen per veiligheidsregio. De GRIP-regeling is een complexe regeling. Op de website van het Nederlands Instituut Fysieke Veiligheid is een duidelijk presentatie te vinden over de GRIp-regeling. De presentatie is hier te vinden
GRIP 1:
Het incident is lokaal van aard, maar de aanpak vergt multidisciplinaire afstemming tussen de diensten om tot een goede inzet te kunnen komen. Effecten naar de omgeving zijn beperkt van aard en kunnen vanaf de plaats incident worden beheerst. De nadruk ligt op het sturen van operationele processen ter plaatse. Het is bij deze coördinatiefase toegestaan om ter plaatse door een meetploeg onder leiding van de chemisch adviseur een enkele bronmeting te laten verrichten, zonder dat automatisch het gasmeetplan in werking treedt. Deze GRIP-situatie wordt afgehandeld door het Commando Plaats Incident (CoPI).
GRIP 2:
Als blijkt dat een incident een duidelijke uitstraling heeft naar de omgeving, dus ook duidelijke effecten buiten de plaats incident heeft, wordt naast een CoPI ook een Regionaal Operationeel Team (RegOT) ingesteld. Wanneer er sprake is van een crisis zonder duidelijke aanwijsbare plaats incident, kan een afzonderlijk RegOT zonder CoPI worden ingesteld (bijvoorbeeld grootschalige, langdurige stroomstoring). GRIP 2 kan in werking worden gesteld door de leider CoPI/RegOT in overleg met de vaste leden van het CoPI/RegOT of door de vaste leden van het CoPI/RegOT voordat het CoPI/RegOT operationeel is. Tevens kan GRIP 2 worden ingesteld
door één van de leden van de Gemeentelijke of Regionale Veiligheidsstaf of de Operationeel Leider. Als het gasmeetplan in werking treedt, wordt automatisch een GRIP 2 ingesteld1. Opoperationeel niveau is met GRIP 2 de hoogste operationele alarmstatus bereikt.
GRIP 3:
In een GRIP 3 situatie is het incident van een dermate grote omvang, of bestaat ernstige vrees voor het ontstaan ervan, dat de gevolgen voor de samenleving ingrijpend zijn. Bij de besluitvorming moeten complexe bestuurlijke afwegingen worden gemaakt waarvoor de Gemeentelijke Veiligheidsstaf (GVS) bijeen moet worden geroepen. De burgemeester geeft hiermee aan dat hij gebruik maakt van zijn bevoegdheden conform de Wet rampen en zware ongevallen (Wrzo) en de artikelen 172, 175 en 176 van de Gemeentewet.
GRIP 4:
Indien de effecten van een incident de gemeentegrens overschrijden, kunnen meerdere gemeentelijke veiligheidsstaven betrokken zijn en kan worden opgeschaald naar een GRIP 4-situatie. Het incident vraagt om afstemming tussen de betrokken gemeenten. De bestuurlijke afstemming verloopt in een GRIP 4-situatie via de Coördinerend Burgemeester. De Coördinerend Burgemeester wordt bijgestaan door de Regionale Veiligheidsstaf die in principe bijeen komt op het WPC. De Algemeen Directeur van de Veiligheidsregio of zijn vervanger heeft bij het instellen van GRIP 4, al dan niet na overleg met de leden van de Veiligheidsdirectie, een adviserende stem en kan op basis van het verloop van de gebeurtenissen ook eigenstandig de Coördinerend Burgemeester adviseren GRIP 4 in te stellen.
In de Gemeenschappelijke Regeling van de VRR is vastgelegd dat de voorzitter van de VRR bij een crisis van meer dan plaatselijke betekenis belast is met de coördinatie van en tussen de burgemeesters van de bij de crisis betrokken gemeenten. De plaatsvervangend voorzitter van de VRR is de plaatsvervangend Coördinerend Burgemeester.
*Hulpverlening Hoogte: Assistentie ambulancedienst:
Bij deze melding assisteert de brandweer aan de ambulancedienst. Er moet een patiënt horizontaal uit bijvoorbeeld zijn of haar slaapkamerraam gehaald worden. De brandweer haalt de patiënt dan met behulp van een Ladderwagen(AL) of Hoogwerker(HW) naar de begane rond.
* Prioriteiten 1,2 en 3:
Er worden 3 prioriteiten van uitrukken onderscheiden.
Prio 1 (dringende taak):
Een uitruk waarvan de centralist van de alarmcentrale
vindt dat er sprake is van een dringende taak.
De uitrukkende voertuigen hebben toestemming van de alarmcentrale om zich als
voorrangsvoertuig door het verkeer te begeven.
De bevelvoerder is echter bevoegd om te beslissen om geen gebruik te maken van
deze toestemming.
Wanneer de bevelvoerder daartoe besluit (er is dan dus geen sprake van een voorrangsvoertuig),
zal deze dit melden aan de alarmcentrale.
Prio 2 (noodzaak om ter plaatse te komen):
Een uitruk zonder dringende taak, maar met een noodzaak
om ter plaatse te komen waarbij gebruik gemaakt mag worden van de vrijstellingen
die de minister aan de brandweer heeft verleend (er is dan nog geen sprake van
een voorrangsvoertuig).
De uitrukkende voertuigen hebben geen toestemming van de alarmcentrale om zich
als voorrangsvoertuig door het verkeer te begeven.
De bevelvoerder van een voertuig is bevoegd om gebruik te maken van één
of meer vrijstellingen voor het uitvoeren van werkzaamheden waarbij geen sprake
is van een voorrangsvoertuig.
De bevelvoerder van een voertuig is op grond van ervaring en plaatselijke bekendheid
bevoegd om te beslissen dat er toch sprake is van een dringende taak en op te
schalen naar een prioriteit 1 uitruk.
Wanneer de bevelvoerder daartoe besluit (er is dan dus sprake van een voorrangsvoertuig),
zal deze dit melden aan de alarmcentrale.
Prio 3 (overige uitrukken):
Alle overige uitrukken.
De uitrukkende voertuigen mogen geen gebruik maken van
optische en geluidssignalen en evenmin van een vrijstelling.
Zij dienen zich aan alle verkeersregels te houden die ook voor het overige verkeer
gelden.
*Veiligheidsregio:
De veiligheidsregio is een gebied waarin wordt samengewerkt door verscheidene besturen en diensten ten aanzien van taken op het terrein van Brandweerzorg, rampenbeheersing, crisisbeheersing, geneeskundige hulpverlening bij rampen en handhaving van de openbare orde en veiligheid.
Hierbij is sprake van een territoriaal congruente indeling, overeenkomstig de huidige indeling van de politieregio’s. De samenwerking vindt plaats binnen een structuur die is gebaseerd op wettelijke regelingen en bestuursafspraken.
*VOR-Alarmering
Alarmeringen van hulpdiensten kunnen volgens de alarmregeling van Rotterdam Airport in verschillende vormen voorkomen: oplopend van VOR 1 tot VOR 7. ‘VOR’ staat hierbij voor ‘Vliegtuig Ongeval Rotterdam’; het cijfer geeft oplopend de zwaarte van het alarm aan:
- VOR 1 – Voorzorgslandingen of klein incident.
- VOR 2 – Noodlanding van een vliegtuig met 1-6 personen aan boord.
- VOR 3 – Noodlanding van een vliegtuig met 7-54 personen aan boord.
- VOR 4 – Noodlanding van een vliegtuig met >54 personen aan boord.
- VOR 5 – Crash van een vliegtuig met 1-6 personen aan boord. Of een ongeluk met een vliegtuig onderweg van of naar of op een afhandelingspositie met 1-6 personen aan boord.
- VOR 6 – Crash van een vliegtuig met 7-54 personen aan boord. Of een ongeluk met een vliegtuig onderweg van of naar of op een afhandelingspositie met 7-54 personen aan boord.
- VOR 7 – Crash van een vliegtuig met >54 personen aan boord. Of een ongeluk met een vliegtuig onderweg van of naar of op een afhandelingspositie met >54 personen aan boord.
Doel van deze codering is dat alle betrokken hulpdiensten direct weten met welk type ongeval zij rekening moeten houden. Vooraf zijn per code inzetscenario‘s vastgesteld, zodat bijvoorbeeld direct een groot aantal ambulances wordt gealarmeerd. Elke luchthaven heeft zijn eigen alarmregeling. Zo is de alarmregeling van Schiphol (VOS) geheel afwijkend.
Betekenissen van veel gebruikte afkortingen bij de brandweer:
|
Afkortingen
|
|||
| BHV | BedrijfsHulpVerlening | LL | LifeLiner, traumahelikopter |
| BLS | Basic Life Support | Mob | Mobilofoon |
| BM | BrandMeester | NBC | Nucleair, Biologisch, Chemisch |
| BORIS | Brandweer Objecten Registratie en Informatie Systeem |
NCC | Nationaal Coördinatie Centrum |
| BOT | Bedrijfs Opvang Team |
NIFV
(NIBRA) |
Nederlands Instituut Fysieke Veiligheid |
| BRZO | Besluit Risico Zware Ongevallen |
OGS | Ongeval met Gevaarlijke Stoffen |
| BVD | Bevelvoerder van dienst |
ogs | Optische -en GeluidsSignalen, zwaailicht en sirene |
| CD | Commandant | OV | Overmaatse vaten |
| CIC | Crisis Informatie Centrum |
PR | Preventie |
| COBA | Coordinatieplan Ongeval Bestrijding Autosnelwegen |
RAC | Regionale alarmcentrale |
| CoPI | Commando Plaats Incident |
RAGS | Regionaal adviseur gevaarlijke stoffen |
| CoRT | Commando RampTerrein | ROGS | Regionaal Officier Gevaarlijke Stoffen |
| COT | Crisis Onderzoeks Team |
ROT | Regionaal Operationeel Team |
| CTPI | Coördinatie Team Plaats Incident |
SO | Slachtoffer |
| CVD | Commandant Van Dienst | SVM | Schuimvormendmiddel |
| DCMR | Diensten Centrale Milieubeheer Rijnmond |
TD | Technische Dienst |
| DL | DuikLeider | THT | Technische HulpVerlening team |
| GCC | Gemeentelijk Coördinatie Centrum |
TP | Ter plaatse |
| GHR | Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam |
VD | Verbindingsdienst |
| GMS | Geïntegreerd Meldkamer Systeem |
VZ | Verzorging |
| GP | GasPakteam | WO | Waterongeval |
| GWT | Grootschalig Watertransport | WVD | Waarschuwings- en Verkenningsdienst |
| HD | Hoge druk | ||
| HOVD | HoofdOfficier Van Dienst |
||
| LD | Lage druk | ||
|
Afkorting voertuigen
|
|
|
AB
|
Adembeschermingsvoertuig |
|
AL
|
Autoladder |
|
AS
|
Autospuit |
|
BRV
|
Brandweervaartuig |
|
CE
|
calimiteiten Eenheid |
|
CP
|
commandopost |
|
CT
|
crashtender |
|
DA
|
Dienstauto |
|
DB
|
Dienstbus |
|
HA
|
Haakarmvoertuig |
|
HV-1
|
Hulpverleningsvoertuig groot |
|
HV-2
|
Hulpverleningsvoertuig klein |
|
HV-3
|
Hulpverleningsvoertuig met beperkte bepakking |
|
HW
|
Hoogwerker |
|
KR
|
Hraanwagen |
|
MD
|
Hateriaal/Dienstvoertuig |
|
OD
|
Officier van Dienst(voertuig) |
|
PB
|
Poederbluswagen |
|
PM
|
Personeel/Materiaalvoertuig |
|
RV
|
Redvoertuig(AL,HW) |
|
SB
|
Schuimblusvoertuig |
|
SL
|
Slangenwagen |
|
TS
|
Tank-Auto-Spuit |
|
VC
|
VerbindingsCommandowagen |
|
VC-1
|
Verbindings/Commandowagen groot |
|
VC-2
|
Verbindings/Commandowagen klein |
|
WO
|
Waterongevallenvoertuig |